FEIJENOORDSE MEESTERS

Waalhaven zuid

 

Foto's boven: Z zag de Waalhaven er vroeger uit! Lange tijd bleef deze situatie onveranderd. Pal voor de deur van de opzichter lag de bocht, waar rangeerlocomotieven opgesteld werden wanneer ze niet in gebruik waren. Rechts achterin lagen in het verlengde van de sporen 3 en 6 de containersporen. De rouwbrieven voor de sporen 24 t/m 33 stonden bij stoten gedraaid in de positie zoals die op de eerste foto uit 1981 (Ton Nijsten) te zien is. De tweede foto werd negen jaar later gemaakt door Ben van Wevering. Verschil is er nauwelijks... Beweeg de muisaanwijzer naar de foto toe!

Foto's onder: Nogmaals de Waalhaven, maar nu gefotografeerd door Jurgen Knops in mei 2009. De geografische posities zijn nagenoeg gelijk aan de bovenstaande foto's. We kunnen dus gerust stellen dat er hier door de jaren heen het nodige veranderd is. Desondanks wordt er heden ten dage nog altijd gesproken over de Binnen- en de Buitenbocht. Ook worden er in de gesprekken met (zelfs jonge) treindienstleiders termen gebruikt als de T-zijde. En dat terwijl Post-T al jaren niet meer bestaat! Michiel Kreuze is trouwens iemand die dat ,in navolging van onze trouwe correspondent Rob Mostertman, kan bevestigen. Hij geeft als Senior-Treindienstleider regelmatig opleiding aan (nieuwe) trdl's op de post Rtg. Ook het lokaal examen nemen zij (Seniors) af. Hij zegt: 'En van de belangrijkste zaken in een lokale opleiding zijn de plaatselijke termen. Omdat het er nu eenmaal ingesleten is in de loop van de jaren, leren de nieuwe trdl's deze termen ook. Tradities moet je koesteren, dus er wordt inderdaad nog altijd gesproken over T-zijde, Opzichterszijde, Bocht en Binnenbocht, Paaltje 50, de Bea, Voor de Deur, via de Bult / McDonalds / toeristisch etc, etc... Het is voor nieuwe trdl's vaak even wennen aan de uitdrukkingen, maar na 2 weken hoor je ze net zo hard praten over Via de binnenbocht naar de Oost, knippertje T-zijde put en dan toeristisch naar 87. De planning van de trdl gebeurt in een eigen systeem (RMS) waarin zowel de trd's, als de NWB / NWA en de planners van Capaciteitsmanagement toegang hebben. Onder Whz staat hierin over de opstelsporen op de West nog altijd Voor de kantine Links en Voor de kantine rechts vermeld.' Beweeg de muisaanwijzer naar de foto toe!

 

Klik op deze regel voor meer hedendaagse foto's (Jurgen Knops) van de Waalhaven...

Foto 's onder: (Rob van der Rest): Rechts zien we de nog 'kale' Waalhaven (zonder bovenleiding en hekken, zoals nu) in 1991. Een nog glimmende loc 6431 staat met een enkele containers van P&O klaar voor vertrek. De vernieuwing komt eraan. Steeds meer oude containerwagens maken plaats voor moderne exemplaren en het aanvankelijk bescheiden containervervoer neemt steeds meer de plaats van het traditionele 'stukgoed' in. links het uitzicht vanaf het Reeweg-viaduct op de containersporen zoals dat was op 06-09-1995.

De Waalhaven was vroeger beslist n van de drukste rangeerstations van het rayon. Talloze rangeerloc's en daarnaast nog een aantal grote- en kleine radioloc's waren er de klok rond actief. Afgezien van de min of meer kant en klare containertreinen en een aantal zogenaamde gesloten vervoeren (zoals de kunstmesttrein, die beter bekend was onder de naam 'Talbot'), bestond een groot deel van het werkaanbod uit stukgoed. Hoewel het containervervoer een radioploeg in vroeg, laat en nacht volop tijdverdrijf bezorgde, kostte het bonte- en stukgoedvervoer nog de meeste arbeid. Alleen al het plaatsen en weghalen, van telkens enkele wagens per klant, vulde voor meerdere rangeerploegen zowat de hele dienst.

Foto boven (Rob van der Rest): Met de volledige rangeerploeg aan boord heeft de 2243 op de Smirnoffweg een wagon opgehaald. Op de foto steken zij nu de A. Plesmanweg over... Opname 29-03-1990.


Foto's onder: Veertien maanden later fotografeerde Kees Dessens diezelfde 2243 opnieuw in het Waalhavengebied...

 Daarnaast kwam er op het emplacement nog een stootploeg aan te pas om de daar aangevoerde wagons op bestemming uit te sorteren. De Waalhaven was, zoals dat heet, een echt stootstation. Er werd vrijwel doorlopend gestoten. Omdat daarbij over zowat de hele breedte van het emplacement de sporen werden benut (spoor 7 t/m 33), was het een hachelijke zaak om die over te steken.

 

Foto's boven v.l.n.r. (Rob van de Rest): Mei 1989. Links het uitzicht vanaf de post in oostelijke richting. Een radioploeg brengt met de 2260 een konvooi vanaf de 'Oost' aan. Rechts van het emplacement ligt het spoor dat aansluit op de hoofdbaan. Daarnaast de door 'Post-T' bediende uitrijder vanaf de vertreksporen. Links onder een in de stand 'rangeren toegestaan' gedraaide rouwbrief of rangeerpaallantaarn. De foto rechts onder (Michel Goossens) betreft een winteropname van de westelijke helft van het emplacement. Helemaal rechts in de verte zijn de vage contouren van een treinloc op spoor 3 zichtbaar.

Afbeelding onder: Sporenoverzicht Waalhaven zuid begin 1994. Als n van de laatste stations voorzien van (deels) klassieke beveiliging.

Toch moest je dat  van tijd tot tijd doen, want wanneer je tijdens stoten met je loc op de waalhaven binnenliep, liet men je bij voorkeur aan de kant van de hoofdbaan op spoor 3 of 6 lopen. Als je daar dan stond, kon je er op rekenen dat ze je daar de eerste tijd 'wortel lieten schieten'. Alle rangeerders waren tijdens het stoten nodig voor het omleggen van de vele handwissels, het sloffen en het 'aanpikken'. Dat laatste deed men bij voorkeur op het moment dat de buffers elkaar met een daverende klap raakten. Deze risicovolle werkwijze voorkwam dat men na het stoten met de loc alles weer moest gaan aansluiten. Voor het inlichten van een machinist bestond op dergelijke momenten dus geen tijd. Als machinist van een wachtende locomotief liet je het daar natuurlijk niet op aankomen en wachtte je, onder het genot van een kop koffie, de gang van zaken liever in de kantine af. Om daar te komen was het wel nodig om behendig tussen de alle bewegende wagens door te zigzaggen...

Foto boven (Rob van der Rest): Op weg naar het stootspoor! Het was gebruikelijk dat de voorman-rangeerder de machinist een kopie van het stootbriefje gaf. Je kon dan zien hoeveel stootjes er te maken waren en hoeveel wagons er telkens afgestoten gingen worden. Om goede maatjes met de rest van de rangeerploeg te blijven, las je gaandeweg het briefje mee zodat een stootje ook goed lukte... 'Klassiek stoten' betekende voor alle betrokkenen keihard werken; of je nu als rangeerder telkens onder de buffers door moest kruipen, snel de wissels moest omleggen of met een slof van het ne spoor naar het andere rende. Reken maar dat je als machinist na afloop ook je rug goed voelde! (23-02-1990)

Foto onder (Rob van der Rest): Deze opname van radioloc 2382 werd eveneens gemaakt op de locatie Waalhaven. Op de achtergrond is nog een klein stukje van het dienstgebouw zichtbaar. Achter n van de grijze deuren huisde het magazijn van de wagenmeesters. De locomotief kenmerkt zich door een witte, rechthoekige sticker met de tekst 'TIPHOOK PLC'. Daar zit deze keer geen bijzonder verhaal aan vast. Om te beginnen is Tiphook gewoon een 'Container company'. De sticker was ongetwijfeld ergens door het personeel bemachtigd en op de loc geplakt. In tegenstelling tot machinisten deden radiolocbestuurders dergelijke dingen wel meer. Ook aangebrachte mascottes, zoals een oude teddybeer of een fazantenveer, waren geen uitzondering... (27-02-1993)

Hallo Cor, 

Voor de zoveelste maal heb ik weer van je site zitten genieten. Over het stoten op de Waalhaven, wat ik veel gedaan heb, kan ik het volgende feit melden. Het was voor mij, en waarschijnlijk ook veel andere vaste Waalhaven-rangeermachinisten, gebruikelijk om de rangeerrem van de 'stootloc' (vaak een 500tje) op te schroeven. Als je geen Bahco had, deed je dat door met een hamer uit de gereedschapskast de dop van de rangeerremkraan (die rechts beneden in de cabine zat) los te tikken. In het center van de dop zat een stelschroef die je dan een aantal slagen draaide. Daarna zette je de dop weer handvast...en voila, je had hoofdreservoirdruk in de remcilinders! Met veel zand erbij remde dat perfect, want je moest vaak lange en zware treinen met, uiteraard alleen de loc remmen, en aan het eind van het stootspoor stond een stootjuk waar je liever niet voorbij ging!

Groet Michel Goossens.

Foto onder (Rob van der Rest): Op de afbeelding hierboven zijn de zogenaamde 'putsporen' niet ingetekend. Dat neemt niet weg dat de sporen 7 t/m 23 een indrukwekkende oppervlakte in beslag namen. De foto is genomen vanaf 'Post-T'. Let ook eens op de opstelsporen van de Rotterdamse Metro op de achtergrond...

In de kantine van de Waalhaven was het doorgaans een onbeschrijflijke bende. Alsof er een bom ontploft was. De buitendienstmedewerkers van de Waalhaven waren over het algemeen geen lieverdjes. Het gerucht deed zelfs de ronde dat een aantal personeelsleden via de reclassering op de Waalhaven terecht gekomen waren. Hoe dan ook, wanneer ze eenmaal met z'n allen gingen schaften, leken ze volkomen losgeslagen. Geregeld vlogen er allerlei voorwerpen door de lucht en eigenlijk was niemand zijn leven zeker. Vooral de kantinedame, een vrouw van middelbare leeftijd en van Duitse komaf, moest het vaak ontgelden. Omdat ze wat op de penning leek te zijn, verhitten de jongens wel muntstukken in het hete frituurvet, om die in haar nabijheid op de grond te laten vallen... Volkomen machteloos stond ze tegenover de vaak schandelijke gedragingen van een aantal rangeerders en veel meer dan keer op keer alle bende opruimen, nadat iedereen weer aan het werk was gegaan, kon ze niet. 'Das ist toch nicht normhl', zei ze dan. Ook als collega moest je bedacht zijn op streken. Als je bijvoorbeeld een bord patat had besteld en daarmee naar een tafeltje liep, kon dat onderweg al half leeggegeten zijn. Vatte je dat sportief op, dan had iedereen lol. Liet je daarentegen blijken dat je er de humor niet van in kon zien, dan had je op de Waalhaven geen leven...

Foto' s boven (Rob van der Rest): Voordat er op de Waalhaven een speciale locatie voor locomotieven beschikbaar kwam, stonden karren meestal ergens 'voor de deur' (van het dienstgebouw) of anders in de bocht. De situatie 'in de bocht' onder dateert van maart 1987. De rangeerloc's boven werden gefotografeerd op 24-06-1984, ruim 22 jaar geleden dus!

Foto onder (Rob van der Rest): Voor rangeerploegen was er altijd werk te doen. Op deze winterse foto van 10-02-1991 wacht de 2291 de komst van een nieuwe ploeg af...

Klik op deze regel voor meer winterfoto's van de Waalhaven...

Onvermijdelijk moest je als rijdende machinist na verloop van tijd weer naar buiten. Als het even kon nam je gelijk de documenten van je eigen trein mee. Daarnaast informeerde je bij de rangeerdienstleider naar het spoor waarop de trein stond en of die al klaar was voor de rangeerdienst. Het gebeurde namelijk wel dat er tegen de achterzijde van de trein nog wagens werden bijgeplaatst (gestoten dus!). De treinleidingkranen moesten dan in ieder geval dicht blijven om het eeuwig pompen van lucht te voorkomen. Ook het remmetje van de loc moest er, eenmaal vr de trein, een beetje opblijven. Niet te vast, want meestal werd de trein met een rangeerloc nog doorgezet tot aan de vrijbalk. Pas als je daar met de bufferbalk was aangekomen greep je als machinist in. Voordat je eindelijk een keer reed, was er al aardig wat tijd verstreken... Maar goed, wist je alles wat je weten moest, dan ging je terug naar de kar, waar waakzaamheid opnieuw geboden was. Veel rangeerders waren van mening dat handwissels, tijdens het berijden met de punt mee, vanzelf de juiste stand aannamen.

Foto (Rob van der Rest): Aan de kant van de post, waar de wissels bediend werden, reed je altijd de loc om in het bijzijn van de 'omrijder Post-T'.

Hoewel ze formeel de taak hadden om de loc te begeleiden, bleven afdoende rangeerseinen niet zelden achterwege of ze waren onduidelijk. Een stopteken was bijvoorbeeld vaak niet meer dan een, binnen een straal van enkele centimeters, ronddraaiende vinger. Liever zwaaiden sommigen je helemaal niet f voor een verkeerd liggend wissel. De reactie van de machinist werd weliswaar scherp in de gaten gehouden. Wanneer deze zachtjes doorreed, zwaaiden ze hem zachtjes door; hem daarmee uitnodigend het wissel open te rijden. Voelde de machinist daar niets voor, dan stapten ze loom en zuchtend van de loc af, nadat deze tussen de tongen tot stilstand was gekomen.

Bij wisselsnijden moet je zachtjes beginnen en met toenemende snelheid de tongen open rijden; in die gevallen valt het contragewicht precies goed en komt het handwissel niet 'op zijn kop' te liggen. Dat laatste gebeurt wel geheid indien de rijsnelheid te laag ligt. Te hard een wissel snijden kan leiden tot het afbreken van het contragewicht of het verbuigen van de koppelstang tussen de beide tongen. Natuurlijk kun je altijd achteraf zien dat een wissel opengereden is. De wielflenzen raken immers de verkeerde kant van de tong, die daardoor blank gefreesd wordt. Een tip die nota bene door tractieopzichters werd gegeven was het 'pissen' over de wisseltongen na het snijden. Urine versnelt roestvorming, zodat al na enkele uren alle sporen uitgewist zijn. (Niet verder vertellen!!!)

Foto's (Rob van der Rest): Nog even kijken naar het 'containerwerk' op de Waalhaven-zuid. In vroeger dagen moest je vanaf het emplacement Waalhaven de drukke Reeweg kruisen om bij de RSC te komen. De opname links boven laat de oude situatie bij de ingang/uitgang van ECT/RSC zien. Om de immer nijpende verkeersdrukte een halt toe te roepen, werd later een viaduct aangelegd. Op de foto rechts boven is dat nieuwe viaduct over de Reeweg nog maar net in gebruik genomen (24-12-1993). De werkende overwegverlichting op deze foto getuigt daarvan. Het nieuwe viaduct verschaft een magnifiek uitzicht over het emplacement. Vanwege het drukke verkeer kun je je daar echter beter niet begeven, of het zou op die ne dag in augustus van1995 moeten zijn... (Foto's onder) Wegens werkzaamheden is het viaduct dan even afgesloten voor het wegverkeer.

De klok rond werden containertreinen ingezet en uitgehaald bij RSC-Waalhaven. In 1995 gebeurde dat bij NS/Cargo zowel met oude 2200'n als met nieuwe locomotieven van de serie 6400. Tijdens de werkzaamheden op het emplacement ging het reguliere treinverkeer op de hoofdbaan gewoon door. Camera: Rob van der Rest.

Klik op deze regel voor dit filmpje...

Meer foto's RSC...

Foto Ben van Wevering: De aanleg van het Reewegviaduct gaf de mogelijkheid om op de Waalhaven een extra laad- en losmogelijkheid voor containers te creren. Grote kranen zoals bij RSC kwamen er niet aan te pas. Er werd hier gewoon met containerheftrucks gewerkt. (Foto september 1992)

Bij rijdende machinisten was de Waalhaven niet bijzonder populair. Voor de rangeermachinist bood de Waalhaven daarentegen volop avontuur. Alle ingredinten die nodig waren om het rangeervak te leren, waren immers volop aanwezig. Het feit dat je na een stootdienst kreupel van de loc afkwam, nam je daarbij gewoon voor lief. Vergeet niet dat rangeerders van het station Waalhaven zich, ondanks alle verdere kritiek, buitengewoon goede vaklui mochten noemen. Niettemin hoopten machinisten uit de rijdende dienst toch altijd op een spoedig vertrek van de Waalhaven.

Foto (Rob van der Rest): Gn HO-model op een nauwgezet nagebouwde modelbaan, maar de echte 2407 op de Havenspoorlijn ter hoogte van RSC-Waalhaven op bevrijdingsdag1989. Machinisten uit de rijdende dienst reden de Waalhaven het liefst voorbij...

Daar waar het 'bont vervoer' betrof, vertrok dat steevast vanaf de sporenbundel onder de post. Voor al deze sporen bestond slechts een enkele uitrijder in de vorm van een armsein. Wanneer dat getrokken werd, moesten machinisten van de wachter dus het bijbehorende vertrekbevel krijgen. Formeel moest dat gegeven worden in het spoor waarvoor het sein geldig was, maar in de praktijk zwaaide men alleen maar van achter de ramen op de post met een groene lamp op en neer. Was je de enige trein die op vertrek stond, en lagen daarnaast de wissels goed, dan floot je een keer om de trein daarop in beweging zetten. Bij twijfel reed je niet, want brokken maken als gevolg van het niet eerbiedigen van de regelgeving kwam je beslist duur te staan.  In deze gevallen was het zaak om de wachter tot verdere actie te bewegen. Vooral bij slecht weer faalden die pogingen nogal eens. Het alternatief werd dan gevormd door de witte praatpalen tussen de sporen waarmee de machinist zich in verbinding met de post kon stellen...

Foto's boven (Rob van der Rest): 'Post-T' Waalhaven omstreeks 1989. Post-T Waalhaven bediende het armsein dat toegang gaf tot het emplacement (foto links boven). In tegenstelling tot het dienstgebouw aan de andere zijde van het emplacement, was het seinhuis altijd smetteloos schoon! De wachter op de foto is V. Akkoch. Momenteel is hij werkzaam als treindienstleider op Kijfhoek en hij behoort zodoende inmiddels tot de 'oud-gedienden'.

In 1984 werd deze schets van 'Post-T'-Waalhaven gemaakt door Joop Vestjens. Ouderen zullen Joop nog wel kennen. Hij was n van de opzichters op de Waalhaven en had als hobby tekenen. Bij zijn afscheid kregen alle aanwezigen deze tekening van hem... (met dank aan John Sletterink)

Jonge machinisten werd altijd op het hart gedrukt dat ze deze handelswijze (ten aanzien van vertrek) op andere stations, zoals Roosendaal of Venlo, beslist achterwege moesten laten. Op andere stations werkte men in dit opzicht strikt volgens de regels en het 'op eigen houtje' vertrekken leidde daar absoluut tot grote problemen!

De bovenstaande foto's zijn gemaakt door Rob van der Rest. Ze laten ons het vertrek en de aankomst op de Waalhaven zien. Boven verlaat een, door de 2509 getrokken, trein de Waalhaven in de richting de Kijfhoek. (Mei 1989). Bijna zes jaar later, in februari1995, rijden  de 6477, 6472, 6464 en 6405 voorbij de fraaie klassieke inrijder om een containertrein op te halen.

Foto onder Wilfred Wieldraaijer: De inrijder van de Waalhaven begin negentiger jaren...

Ook bij het binnenkomen op de Waalhaven was bijzondere oplettendheid geboden. Voorafgaand aan het armsein kwam je namelijk ook nog een dwergsein (sein 412) tegen. Dat stond net na de bocht en was gekoppeld aan het armsein. Werd de 'inrijder' door de wachter getrokken, dan toonde ook dit seintje normaal gesproken geel. In noodgevallen echter, bijvoorbeeld bij een per ongeluk doorschietende wagen, kon het herroepen worden. Bij 'de neus voorop' liepen machinisten daarom altijd tijdig om de apparatenkast heen naar de andere kant van de cabine. Liet je dat na, dan kon je het bewuste dwergsein pas zien als je er was...

Foto's onder (Arjo de Haas (): Na het passeren sein 412, het armsein, de wisselstraat en 'Post-T' belandde je uiteindelijk voor een 'S-paal'. Daar maakte een rangeerder de kar los en begeleidde hij bij het omrijden van de locomotief. Achter de 'S-paal' stond nog een rouwbrief die de stootploeg al dan niet toestond hun werk te doen. De rangeerdienstleider was de man die deze rangeerpaallantaarn (de officile benaming) bediende. Op de derde foto staat een Amerikaans militair transport in het kader van de actie 'Reforger' in 1983. Het maken van de dia's lokte destijds meteen een reactie van de begeleidende militairen op!