FEIJENOORDSE MEESTERS

Vervoerbewijzen (oude)

Na vele jaren van zorgvuldig bewaren is dit bijzondere en geografisch verantwoorde vervoerbewijs wel een plaatsje op deze website gegund. Op vrijdag 1 juni 1956 ging de oude heer van de inzender (Rob van der Pols) met militair verlof. Vanuit Gorinchem -waar hij destijds gelegerd was- reisde hij op dit biljet naar Vlaardingen, om zich na het weekeind weer te melden in Gorinchem. Het plaatsbewijs werd wel afgestempeld maar, waarschijnlijk omdat de betaling van de reis toch wel in orde kwam, nooit ingeleverd. Afgebeeld zijn de vóór- en de achterzijde van het plaatsbewijs.

In de tot voor kort onbekend gewaande verzameling van mijn schoonvader Nico Luijendijk (†) trof ik dit vervoerbewijs uit 1964 aan (zie de aanmaakdatum linksonder). Het document zag er in zijn hard geplastificeerde, waterdichte uitvoering uiterst professioneel uit en was voor wat betreft de functie in deze tijd tweeledig. Het (vrij)vervoerbewijs diende namelijk ook als legitimatiebewijs. Daarvoor hoefde men alleen maar de achterzijde in het gezichtsveld te draaien. Slimme vondst was de handtekening die het personeelslid vooraf aan de achterzijde van de in te leveren pasfoto diende aan te brengen. Beweeg de muisaanwijzer naar de foto toe!

Ook de oud-NS'er Peter Kleton had ervaring met de vervoerbewijzen uit deze tijd (1961-1963). Een opmerkelijke zelfs, want met de standplaats Rotterdam CS, een kosthuis bij familie in Dordrecht en ouders die woonden in Noordwijk (bij Leiden), beschikte hij over 3 verschillende exemplaren:

.

   De 1e voor het werk overdag in District Rotterdam; dat liep tot aan Gouda, Hoek van Holland en Lage Zwaluwe.

De 2e was een zogenaamde forenzenkaart om vanuit Dordt van- en naar de standplaats te reizen.

  De 3e kaart diende voor het ouderbezoek rond het weekeinde.

 

Wat een administratie!

Medewerkers van de Nederlands(ch)e Spoorwegen genoten tot aan het einde van de 20e eeuw steeds verdergaande privileges op het gebied van reizen per trein. Voor 'treinen' binnen de Benelux maakte het Bureau Plaatskaarten in Utrecht vervoerbewijzen. Deze werden in ruil voor een zeer billijke maandelijkse salarisinhouding tweejaarlijks via de Dienst voor Personeelszaken (Pz.) uitgereikt aan 'Spoorweggezinnen' en gepensioneerden. De fraudegevoeligheid van het documentje was naar de huidige maatstaf niet erg groot. Pasfoto's werden met een paar nietjes bevestigd en het plastic hoesje, ter bescherming van het geheel, was er eentje van de 'open' soort. Slechts een rood stempel moest de echtheid borgen... Voor het reizen buiten Nederland, België en Luxemburg kon men desgewenst faciliteiten aanvragen. In een aantal gevallen was dat op de reservering na gratis; maar er bestond dan weer wel een bepaald maximum. Voor Duitsland bestonden er daarnaast ook nog zogenaamde 'half-geld-coupons'. In tegenstelling tot bovenstaande versie ontbrak de mogelijkheid om zich officieel te legitimeren. Door de jaren heen zijn er dus nogal wat verschillen geweest. De huidige tendens op het gebied van secundaire arbeidsvoorwaarden lijkt helaas op een afbraakbeleid. Vrij-vervoer is voor grote groepen NS-personeel al jaren geen vanzelfsprekendheid meer en ook gepensioneerden komen er bekaaid van af. De reden zou zogenaamd fiscaal zijn, maar het lijkt waarschijnlijker dat de echte reden vooral te maken heeft met in de gunning van de concessie in 2015. Het politieke besluit is daarover natuurlijk al lang geleden genomen. Was dus overblijft is wat het mag kosten... Beweeg de muisaanwijzer naar de foto toe!