FEIJENOORDSE MEESTERS

Roosendaal

Foto boven (Cock de Goede): Een impressie van de Roosendaalse zuidzijde aan het begin van de zeventiger jaren. Klassieke beveiliging strekte zich in deze tijd nog over het gehele station uit. De bordessen met aan de éne kant de inrijder, en aan de andere zijde het uitrijsein mogen opvallend genoemd worden in vergelijking met de huidige situatie. Met een heel klein beetje fantasie kunnen we de palen, waarop de armseinen zijn bevestigd, classificeren als zijnde rood-wit. Deze kleurstelling gaf aan dat de seinen in kwestie zowel voor trein- als rangeerbewegingen golden. Voor wat betreft de op de foto vastgelegde treinstellen treffen we het vertrouwde beeld van Mat '46 en Mat '54 aan. De gebruikte materieelkleuren beperkten zich voornamelijk tot bruin en groen.

Foto onder (Cock de Goede): In de zomer van 1971 wordt de heuvel in Roosendaal nog dagelijks gebruikt. Elders op het emplacement wacht 'aan de vrijbalk' een '1100-tje' met gestreken stroomafnemers geduldig zijn beurt af. Pas na het afronden van de rangeerwerkzaamheden zal de blauwe e-loc voor een trein gezet worden. Een nieuwe cyclus van treinklaar maken, rijden en wederom rangeren, vangt daarmee opnieuw aan. Roosendaal was, tot het staken van het postvervoer per trein, een knooppunt voor PTT-treinen. De 'Pec' op kopspoor 16, rechts in het verlengde van spoor 4b, was dus zeker geen verdwaald exemplaar.

Na het slagen voor de 'grote diesel' reden jonge Feijenoorders al snel op de bestemming Roosendaal, waar net als in het Rotterdamse de nodige bedrijvigheid heerste. Grensoverschrijdende treinen uit zowel Nederland als België werden (als dat nodig was) op dit station van de juiste tractie voorzien. Daarnaast was Roosendaal, net als IJsselmonde en later de Kijfhoek, een heuvelstation. Wagenverwerking van de raccordementen uit de eigen regio, behoorden eveneens tot het werk van de Roosendaalse rangeerdienst. Dat alles bij elkaar leverde een interessante mengelmoes van activiteiten op; ook al omdat het emplacement (na de gedeeltelijke ombouw daartoe) zowel van klassieke beveiliging-, als van de meer moderne NX-beveiliging  was voorzien. Naast het in het oog springende oude seinhuis ('Post-B', door de Roosendalers 'Bernard' genoemd) tussen de goederensporen, bestond er dus een tweede post die de lichtseinen onder de kap en die aan de zuidzijde voor haar rekening nam. Een ouderwets schoolbord maakte deel uit van de inventaris van 'Post-B'.

Foto boven (Elbert Conijn): In december 1981 staan e-loc 1001 en een soortgenoot opgesteld op het Roosendaalse kopspoor 16. Voor de Nederlands-/Zwitserse machines is het eind van hun carrière in zicht. een jaar later zou de laatste 1000 buiten dienst gaan. De foto werd gemaakt op de kop van het eerste perron. De lens van de camera wijst in de richting van de heuvel en de werkplaats.

Foto onder (Rob van der Rest): Tenzij grote werkzaamheden aan de infra om praktische redenen om een buitendienststelling vroegen, werd 'onderhoud' gewoon tussen de processen door uitgevoerd. Zo 'klustte' men er op 12 augustus 1985 ook lustig op los aan de Roosendaalse goederensporen. Terwijl men daarmee druk doende is, trekt de wachter op 'Post B' het bordessein. Na het vereiste vertrekbevel met de groene lamp, laten de loc's 2270 en 2272 even later een leeg spoor achter zich. Zoals gebruikelijk kijkt de meester nog even achterom om te zien of 'alles meekomt'. Vervolgens groet hij met opgestoken hand de wachter en de mannen van Weg&Werken, die samen met Locomotor 352 op het emplacement achterblijven. Een vrijwel onopvallend detail op de foto wordt gevormd door de heuvel. Deze is rechts, achter de rongenwagen van de werktrein, nog net zichtbaar.

Voorafgaand aan het stoten of heuvelen, werden de aan te leggen sporen met sierlijke letters op dit bord geschreven. De ploeg buiten had er blindelings vertrouwen in dat het 'bij-krijten' en wissen van de uitgevoerde regels foutloos verliep. Hoewel Feijenoorders en Kijfhoekers later zelf hun grensoverschrijdende treinen doorbrachten en ophaalden, was het lange tijd zo geregeld dat, Roosendalers doorreden naar Essen. Op spoor 2 werd dan voor de deur van het personeelsverblijf gestopt voor het wisselen van de machinist. Terug uit België verliep hetzelfde proces in omgekeerde volgorde...

 Foto boven (Rob van der Rest): Op 23-07-1991 brengt NMBS-loc 2202 (in oude kleuren!) een set voor Amsterdam bestemde rijtuigen aan. De reden dat een deelpark van onze gelijknamige dieselversie voor de verhuizing (in 1995) naar onze zuiderburen moest worden omgenummerd naar de reeks 7600, is meteen duidelijk.

Foto's onder (Rob van der Rest): Een dagelijks ritueel in het Roosendaalse werd gevormd door het afhandelen van de D284 naar Parijs. Na het losmaken van de aanbrengende 1218, is het de beurt aan de 2725 van de NMBS om tegen de op spoor 1 staande rijtuigen aan te rangeren. Opnamedatum, 02-09-1984. Beweeg de muisaanwijzer naar de foto toe!

 

Voor wat betreft de verscheidenheid aan materieel was er in Roosendaal meestal wel het nodige te beleven. Ons eigen materieel mocht dan in het verleden een bonte verzameling zijn; bij de NMBS konden ze er helemaal wat van. De eigen mogelijkheid tot het fabriceren van spoorwegmateriaal was daar waarschijnlijk debet aan. Sommige creaties kwamen in aanmerking voor het predikaat 'bijzonder', vanwege het feit dat Engeland in het verleden veel hulp aan België heeft bood bij de opzet van het spoorwegnet. Britse trekjes waren (en zijn) daarom binnen NMBS niet vreemd. Het 'links' rijden is daar, tot op de dag van vandaag, een duidelijk voorbeeld van... Hoe dan ook kon het Belgisch materieelpark altijd op onze belangstelling rekenen. Voor een binnenkomst of een vertrek bleef je soms even staan en ook een collegiaal praatje met een 'Vlaamse voerder' ging je bij gelegenheid niet uit de weg.

Foto boven (Rob Schippers): Station Roosendaal in januari van het jaar 1975. Achter treinstel 742 (dat hier werd ingelegd als trein 4635) steken de armseinen van 'goederen' en de 'Post' ('Bernard') van waaruit deze bediend worden trots boven dit reizigerstafereel uit.

Foto onder (Rob Schippers): Vertrek 'door de wissels van 3a over 2b' van de uit de treinstellen 266 en 239 bestaande trein 4342 op 04-01-1975.

Ook na de dieseltijd raakte Roosendaal voor ons, als machinisten, niet uit beeld. Elektrische tractie en (voor de meesten) verandering van standplaats zorgde voor continuïteit van de bezoeken aan dit oude-, 'West-Branbantse' station. We plaatsen daarom met een gerust hart ook de nodige foto's van elektrisch reizigersmaterieel op deze pagina. Hoewel ze een beeld geven van de situatie zoals die, ten opzichte van 2011, 36 jaar jaren geleden was, zullen de bezoekers van deze site niet veel moeite hebben met het herkennen van de afzonderlijke locaties. Afgezien van de beveiliging is er in Roosendaal namelijk niet zo heel veel veranderd...

 

Foto boven (Rob Schippers): Op 4 januari 1975 deed ook treinstel 902 Roosendaal aan. Als trein 3339 arriveert het gele tweetje even later op spoor 4a. Wanneer we goed kijken is in het verlengde van de binnenkomende stoptrein de klassieke inrijder van het goederenemplacement zichtbaar. Als één van de weinige armseinen op het station was dit sein voorzien van een 'zwart-witte' paal. Treinbewegingen moesten dit sein dus opvolgen, maar voor rangeerbewegingen had het sein in kwestie geen expliciete betekenis. Dat betekende echter niet dat je als rangeerbeweging zomaar 'dóór' mocht komen. Integendeel zelfs, want aan de voet van het armsein stond een zogenaamd 'vaantje'. De aanwezigheid van deze twee seinen maakte dat de wachter van 'Post-B' een bij het armsein opgehouden trein (of bijvoorbeeld een 'Llt') als treinbeweging èn als rangeerbeweging kon binnennemen. Machinisten of hun begeleider moesten in het laatste geval echter wèl het draaien van de rangeer-stop-lantaarn waargenomen hebben. De mogelijkheid dat de wachter misschien kon vergeten om het 'vaantje' na een voorgaande rangeerbeweging terug te draaien, was de hierachter liggende gedachte...

Foto's (Rob Schippers): TD 123 vertrekt op 4 januari 1975 in de richting van Essen. Vanaf spoor 3b (beweeg de muisaanwijzer naar de foto toe!) is de Nederlands-Belgische trekduweenheid via het kruis terechtgekomen op spoor 1a, dat in Roosendaal nu eens niet aan de Amsterdamse kant ligt, maar juist aan de Antwerpse zijde. De typisch 'spoorse' bebouwing aan het einde van het perron is al vele jaren verdwenen.

Foto's onder (Ben van Wevering): Twee markante Roosendaalse beelden uit augustus 1985... Veel overtollig materieel, zoals deze voor de sloop bestemde 2400'n, belandde op het terrein van de voormalige wagenwerkplaats. Ook andere zaken, waarmee men kennelijk geen raad wist, werden vroeger veelvuldig naar het Roosendaalse overgebracht. De rechts getoonde platte wagens, met daarop een aantal 'reservekoppen', waren daar een voorbeeld van. Behalve het overbekende silhouet van Mat'64, ontdekken we tevens een paar fronten van SGM en ICM.

Foto (Ben van Wevering): Locomotor 307 voor de deur van de voormalige wagenwerkplaats van Roosendaal in augustus 1985. Afgezien van de materieelopstelling heerst er op deze locatie al jaren een relatieve rust Vroeger was het hier daarentegen een drukte van belang. Zo vervulde de loods een belangrijke functie in het geheel van internationaal treinverkeer en werden er later verschillende grote onderhoudsprojecten, aan onder meer Mat'54 en SGM, uitgevoerd. Museummaterieel vond er eveneens onderdak en zelfs de firma Shunter kreeg het voor elkaar om zich in de oude hallen te mogen vestigen. De uit 1907 daterende loods in Roosendaal is thans eigendom van de Nationale Maatschappij tot Behoud en Exploitatie van Industrieel Erfgoed (BOEI). Daarmee is het monumentale pand, dat voor NS al jaren geen feitelijke functie meer had, gered van de ondergang. Net op tijd, want de tand des tijds had de stalen constructie inmiddels stevig laten verroesten.

Foto (Elbert Conijn): 1988. Uitzicht vanuit de trein bij de nadering van Roosendaal. Op het werkplaatsterrein was er voor elk wat wils. Deze keer viel het oog van de fotograaf op een rijtuig 'Plan-E' en platte wagen met zogenaamde lasmallen, waarin de kenner ongetwijfeld de cabines van de 'Hondekop' en Mat '64 herkent. Daarachter staan twee terzijde gestelde Benelux-treinstellen. Zelfs het als een beige geschilderd schuurtje ogende object heeft met spoorweggeschiedenis te maken. Het is de 'D 1920' die daar van 1986 tot 1988 heeft gestaan. Een site met een kijktip is www.sleutelspoor.nl

Zoals al gezegd, kon je In Roosendaal vroeger dus van alles tegenkomen. Ook materiaal dat daar zelden of nooit in de omgeving had rondgereden. Zo kwamen er op een zeker moment een aantal 'Blauwe engelen' terecht, evenals 'Blokkendozen' en rijtuigen die eerder in de treindienst Venlo-Den Haag liepen. Wat buiten opgesteld stond was doorgaans bestemd voor de sloop, maar wie kans zag om binnen een kijkje te nemen ontdekte dat daar soms een waar museum was ingericht...  Tot slot halen we nog even aan dat veel Roosendalers hun spoorcarrière ooit in Rotterdam begonnen. Op een enkeling na keerden ze na verloop van tijd allemaal weer terug. De goede onderlinge contacten bleven altijd in takt. Ik hoop zodoende dat onze Brabantse delegatie van 'Feijenoordse meesters' in de toekomst een bijdrage aan deze pagina zal leveren.

Werkplaats Roosendaal op 02-09-1984

Foto's (Rob van der Rest): Een vijftal opnamen die een beeld geven van het Roosendaalse 'werkplaatsgebeuren buiten' op 02-09-1984. Onder andere de dieseltreinstellen 101, 77 en 33 en het in deplorabele staat verkerende treinstel 289 (Mat '46) gingen op de foto.

Foto (Elbert Conijn): Roosendaal 1988. Met de koppelboom nog aan het oog op de neus, laat een werkeloos tweetje Mat '54 zich bekijken op het werkplaatsterrein. Of er voor dit onbekende treinstel nog een verder leven beschoren was, is niet bekend. Voor de lange rij 2400'n in de achterhoede staat de toekomst wel vast. In tegenstelling tot de kraansik voor de loods, zullen zij op Nederlandse rails geen treinen meer trekken...

Foto (Rob van der Rest): Op 23 juli 1991 was het nog mogelijk om een bonte stoet NS-locomotieven als deze in Roosendaal aan te treffen. Achtereenvolgens zien we de 1209 met in het kielzog de 6415, de 1151 en de 2253.