FEIJENOORDSE MEESTERS

Hoofdwerkplaats Haarlem

Voor treinstellen en bepaalde rijtuigen was Haarlem de aangewezen onderhoudsplaats. Behalve voor een totale bakrevisie, kon je er onder andere terecht voor 'wiel- en draaistelklussen' en verder voor het herstellen van botsschades. Hoofdwerkplaats Haarlem kende alle verschillende facetten van het onderhoud. Net als Tilburg trouwens, maar daar was men, net als in Maastricht, meer gericht op locomotieven. De werkplaatsgebouwen van Haarlem waren trouwens wel oud. Het interieur was schimmig en donker, soms op het sinistere af. Daardoor heerste er een apart sfeertje. Omdat je overal lekker dichtbij kon komen, was de educatieve waarde van een bezoek echter groot.

Foto's boven (Arjo de Haas (): Zonder het licht van een looplamp was er voor de monteurs in de oude werkplaats nauwelijks te werken...

Foto's onder (Arjo de Haas (): De 'botshal' sprak altijd zeer tot de verbeelding van jonge machinisten. Verhalen uit de mond van ervaren treinmachinisten klonken immers zo spannend... Overigens is de schadebak onder het dekzijl het koprijtuig van stel 936 dat afkomstig was van de aanrijding bij Wijchen op 28 augustus 1979.

Tegenwoordig zou een groep bezoekers waarschijnlijk uitsluitend onder begeleiding van de gastheer een kijkje mogen nemen. In de tijd dat deze foto's gemaakt werden, was dat nog niet zo. De cursusleiders van Pz4 gaven er blijk van 'kind aan huis' te zijn en wisten in de wirwar van sporen, hallen en loodsen alle afdelingen feilloos te vinden; ook de plek waar wielbanden om de velg gekrompen werden. Zo kwam je nog eens ergens!

Foto's boven (Arjo de Haas (): Nadat met behulp van enig draaiwerk de juiste passing was verkregen, stookte men de wielband roodgloeiend. Daarna zakte de velg er met behulp van een takel zo in. Vervolgens nog de 'sprengring' met de bijbehorende spie erin, en klaar... Mooi h, daar zouden we dagen over kunnen praten, maar n keer zien betekent voor altijd weten!

Foto onder (Arjo de Haas (): In de theorie kregen leerling-machinisten dan wel te horen wat een 'scherploper' was en wat daarvan de (ontsporings)gevolgen konden zijn, in de praktijk was het maar de vraag of ze een scherpe flens ook wrkelijk zouden herkennen. Voordeel van een bezoek aan de werkplaats was dat er altijd wel ergens een voorbeeld lag...

Iets dat al bij het betreden van het werkplaatsterrein opviel, was de enorme voorraad onderdelen die er leek te zijn. Of het nu ging om zitkussens, wielstellen of een complete nieuwe neus met cabine, het was er gewoon! Ongelooflijk dat jaren later vrijwel het hele assortiment aan reserveonderdelen in de schrootbak zou belanden... Bewaren zou allemaal te duur te zijn!

 

Foto's boven (Arjo de Haas (): In lange rijen lagen assen te wachten tot ze aan de beurt waren om gebruikt te worden. Ook het hebben van wat extra tractiemotoren op voorraad kon geen kwaad!

Onder (met dank aan Jan van der Pijl): Afbeelding uit het leerboek  voor wagenmeesters 'Constructie wagens en rijtuigen'.

Uiteraard waren er ook wel afdelingen waarvoor we minder belangstelling hadden. In de ruimte waar polyester deuren vervaardigd werden was de stank niet te harden, daar moest je dus niet wezen, en ook de stoffeerafdeling was voor rijdend personeel minder belangrijk. Hetzelfde gold voor het afgedankte materieel, dat ergens als schroot in een uithoek werd gedumpt. Maar ja, wat fotografeerde Arjo vroeger niet?

Foto's (Arjo de Haas (): De laatste 'Blokkendoos' of niet. Roemloos staat zij terzijde gesteld als een gewillige prooi voor stenengooiende jeugd... Het rijtuig op de foto's boven werd trouwens twee keer gefotografeerd; in 1979 en nog eens in 1980. In het laatste jaar lagen de ruiten eruit!

In de achterliggende periode zijn de oude hallen van de Haarlemse werkplaats grotendeels afgebroken. De vervangende nieuwbouw zal ongetwijfeld een beter visitekaatje voor Nedtrain vormen, maar wederom is een stukje historie verdwenen...

Foto: (Arjo de Haas (), machinist NSR Rotterdam)