FEIJENOORDSE MEESTERS

Ierland (republiek)

(Tekst en foto's Francesco GN Biondina, FraBioProducties)

Foto boven: Zij aan zij op Dublin Connolly. Met uitzondering van de spits stoppen er op dit station toch nog altijd zo'n 20 treinen per uur. Wanneer we kijken naar de nummering van de treinstellen, valt het op dat elke bak hier zijn eigen nummer heeft. Het vermelde nummer '8304', op de neus van het elektrische treinstel, heeft dus alleen maar betrekking op de voorste bak. De drie andere rijtuigen van dit viertje dragen weer andere nummers uit de 8000-reeks. Van eventuele UIC-codes vinden we geen spoor... Het treinstel rechts, met voorop het baknummer 29426, is een dieselelektrisch aangedreven viertje. Opnamedatum 10-02-2011.

Foto onder: Station Dublin Connolly is vernoemd naar James Connolly; één van de grootste helden uit de Ierse geschiedenis, die door de Britten voor een vuurpeloton werd gebracht, nadat hij de Ierse republiek had uitgeroepen tijdens de Easter Rising van 1916 (Het land werd toen nog beheerst door de Britse kroon). Op de foto staat overigens een zogenaamde 'DART'; het enige elektrische materieel dat Iarnród Eireann, de Ierse staatsspoorwegen, rijk is. DART's doen dienst op het geëlektrificeerde deel van de oostelijke lijn Rosslare - Belfast, via Dublin. De route volgt een lijn vanuit Greystones in County Wicklow (beroemd om zijn bergen en schitterende filmlocaties -o.a. King Arthur-) tot aan twee punten in noordelijk County Dublin: Malahide (naar Belfast) en Howth. De stickers met de tekst 'DART 25' op de neus van de treinstellen brengen nog even het 25 jarig bestaan van het traject (in 2010) onder de aandacht.

De republiek Ierland kent een bescheiden spoorwegindustrie. Het beperkte goederenvervoer omvat niet meer dan wat hout –en infratreinen. Verreweg het grootste deel van de verdiensten is dan ook afkomstig uit het reizigersvervoer, dat zich voornamelijk beperkt tot de trajecten Dublin/Cork/Belfast en Dublin/Greystones. Feitelijk bestaat er met deze lijnen alleen een betere verbinding tussen de grote steden. Daarbij wordt er tussen Dublin en Cork slechts gereden met intercity's. Stoptreinen zijn er verder nauwelijks en sneltreinen bestaan gewoonweg niet. Omdat dit land zoveel autogebruikers per hoofd van de bevolking kent, bieden de Ierse Spoorwegen slechts een magere dienstregeling aan. De luxe van vier, of zelfs tien sporen, zoals die in Nederland in de buurt van enkele grote steden liggen, zouden in Ierland zowel overbodig als verliesgevend zijn. Er is in dit land trouwens sowieso geen geld voor uitbreiding. Met een inwonersaantal van tussen de 4-, en 4,5 miljoen behoort een veelcijferige winstmarge voor de Ierse staatsspoorwegen (Iarnrod Eireann, dat uitgesproken wordt als 'Eernrood Eirinn') niet bepaald tot de mogelijkheden. Van privatiseringsplannen, zoals Brussel deze in de jaren negentig van de vorige eeuw zo mooi bedacht, kan in Ierland geen sprake zijn. Logisch eigenlijk, want Ierland is en blijft een eiland dat voor internationale marktwerking (de miljardendeal met EU/IMF ten spijt?) nauwelijks een ingang heeft.

25 augustus 2010. Deze dieselelektrische loc van het type 'Class 200' (228) staat geduldig te wachten op Cork Kent totdat de grote wijzer van de klok een 'rond' half uur aanwijst. Elk uur vertrekken er zo twee 'Mark-4 trekduw-stammen' vanaf hun stations; respectievelijk de steden Dublin (om :00 uur) en Cork (om :30 uur). De 'Class 200 is een Canadees product van General Motors uit de jaren tachtig. De serie is inmiddels niet meer volledig, want een aantal is alweer gesloopt vanwege het feit dat er sprake was van een 'overcompleet'. Zoals we dat als machinisten van Noord-Amerikaanse krachtvoertuigen gewend zijn, is de loc erg krap bemeten. Ondanks het inwendige ruimtegebrek heeft men echter gemeend toch twee stuurstanden per cabine (vier in totaal) in te moeten bouwen. Overeenkomstig het algemene 'linkse verkeerskarakter' zitten de machinisten links.

Overigens bezat Ierland ooit een uitgebreid spoorwegnet. Rond 1940 bijvoorbeeld had het eiland een netwerk van vele duizenden kilometers, dat zich uitstrekte tot in de uithoeken. Er was zodoende een verbinding met plaatsen zoals Skibbereen, Clifden, Kilkee, Dingle en Bantry in het westen en ook tot ver in het noorden van Ierland waren er sporen te vinden. De opkomst van bus en vrachtauto na de Tweede Wereldoorlog leidde ertoe dat er steeds meer lijnen werden gesloten. Verslechtering van de spoorwegsector was daardoor onvermijdelijk. Een lichtpuntje in deze tragedie is misschien wel dat een aantal oude lijnen er nog altijd liggen. Sommige ervan kunnen daardoor, mede door steun vanuit de Europese Unie, weer in dienst gesteld worden. Een voorbeeld hiervan is Ennis – Athenry (bij Galway). Haast maken om de puurheid van het Ierse spoor te aanschouwen zal vooralsnog niet nodig zijn...

Foto boven: Een dieseltweetje van de serie 2600 (met rijtuigbak 2606 in vooroplopende positie) is één van de weinige treinen die op 24-08-2010 het kleine stationnetje Glounthaune verlaat om zich richting Cork Kent te begeven. Het treinverkeer beperkt zich hier tot tweemaal een uurdienst Cork Kent - Cobh (uit te spreken als 'Koov') en Cork Kent - Midleton tijdens de daluren. Lange tijd was het station van Midleton ongebruikt, maar inmiddels is het opnieuw in dienst genomen voor een uurdienst op Cork Kent.

Foto onder: 'Dublin Sydney Parade', 11 februari 2011. Tot slot is file rijden ook in Ierland geen onbekend verschijnsel. Dit vierwagen-dieseltreinstel zit als sneltrein achter de 'DART' (in de verte goed zichtbaar). Vervelend, want de 'DART' is een stoptrein die bij wijze van spreken bij iedere boom stopt. Op het moment dat deze foto gemaakt werd, heeft de 'boemel' tot aan zijn eindbestemming nog vier stations te gaan. Met wissels is het niet dik gezaaid. De reizigers in de opgehouden sneltrein kunnen daarom de stations Sandymount, Lansdowne Road (Rugby stadion), Tara Street en Pearse Station op hun gemak bekijken....

Meer over Ierse treinen is te vinden op het YouTube kanaal van FraBioProducties