FEIJENOORDSE MEESTERS

Onderstaande informatie is overgenomen uit een extra editie van het Zuiderkruis (het vroeger personeelsblad van Rotterdam Goederen), welke uitgegeven werd ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Feijenoord / Handelsterrein. Dank voor het scannen en verstrekken van alle gegevens gaat uit naar Kees Dessens jr.; zoon van de gelijknamige toenmalig chef van de Lijnwerkplaats Feijenoord. Ter opluistering van deze overwegend in zwart/wit uitgevoerde pagina is gebruik gemaakt van een aantal in kleur gefotografeerde schaalmodellen van vroegere Feijenoordse bouwwerken. Ze zijn gemaakt door de Rotterdammer Frans Gorissen; die het verleden van het depot op deze wijze tot zijn hobby heeft gemaakt. Kijk ook op http://www.hollandscale.nl

Het jubileum van Feijenoord / Handelsterrein (de basis van Rotterdam Goederen)

Voorwoord

 Bij het verschijnen van dit feestelijk nummer van Zuiderkruis is het mij een groot genoegen iets over de reden van dit speciale gebeuren te vertellen. Het is 100 Jaar geleden, dat onze voorgangers-spoormannen bezig waren de fundamenten van het huidige rayon Rotterdam Goederen gestalte te geven. Levendig kan ik mij indenken, dat die zwoegers met zand, grind en spoorstaven zich toen niet konden realiseren, wat dat Feijenoord / Handelsterrein over 100 jaar zou betekenen.

Ook al was de bezoldiging in onze ogen dan niet bijster groot, het was vroeger beslist een voorrecht om voor de Spoorwegen te mogen werken. Vast werk was helemaal geen vanzelfsprekendheid en een uniform, dat een zekere kredietwaardigheid uitstraalde, evenmin. (met dank aan Wilfred Wieldraaijer)

Wij van 1978 kunnen terugzien en dan is 100 jaar in het ‘jachtige Rotterdamse bestaan’ een flinke periode. We zijn ons echter heel goed bewust, dat ook wij weer werkers zijn van een moment in het Spoorwegbestaan! Daarom past het bij dit jubileum toch wel erg goed je af te vragen wat er in het verleden was, om dan via het heden een blik in de toekomst te werpen met de verwachting op deze manier de rode draad, die er loopt van 1878 via 1978 te kunnen blijven volgen tot in de toekomst. Hoewel uit de inhoud van het Zuiderkruis op een plezierige wijze kennis over het verleden van ‘onze basis’ is te verkrijgen, moeten we toch enkele zaken rond Feijenoord / Handelsterrein aanstippen!

Het begon als een emplacement tussen en vlakbij de toenmalige belangrijke nieuwe havens. De ouderen onder ons kunnen nu nog de plaatsen aanwijzen waar het huis chef, de draaischijf, de loc-loods, de kantine, het huis van de Wopz, loods-A, de overlaad op de RTM, loods-17, 109, de kolentip, de kraan enz. stonden. Daarnaast zijn er de ‘wapenfeiten’ als: bananenslagen, emigrantenvervoer, graanvervoeren, partijen margarine, vleesvervoeren, meelproducten en reizigersvervoer naar de Waalhaven. Deze woorden zullen bij velen van u herinneringen losmaken en de sterke verhalen zouden best vele uren kunnen vullen. Dat Feijenoord / Handelsterrein de basis van Rotterdam Goederen was, wordt nog eens onderstreept door het feit dat we vroeger het vervoer van Waalhaven zelfs vanuit Feijenoord regelden! De Brielselaan met zijn stoomlocomotieven gereden treinen zijn geweldig tot de verbeelding sprekende herinneringen! Velen vragen zich af, waarom dan geen groter feest rond het 100-jarig bestaan van Feijenoord? ledereen, die iets met het goederenvervoer te maken heeft, weet dat het in deze bedrijfstak moeilijk is het hoofd boven water te houden. Daardoor is er niet veel financiële armslag voor grote manifestaties. Gelukkig zijn er binnen ons rayon bijzonder deskundige, enthousiaste mensen, die toch 'binnen-eigen-huis' dit feit niet ongemerkt voorbij willen laten gaan. In dit verband verdienen collega Severein, samen met de redactie van het Zuiderkruis toch wel onze bijzondere waardering en dank!

Een familie en het depot Feijenoord.

Iets dat hier ook zeker thuishoort, is het verhaal van Ton Odijk. Ton is procesleider bij NedTrain in Rotterdam en maakt deel uit van een grote Spoorwegfamilie die een nauwe band met het depot heeft. De Spoorgeschiedenis van de familie Odijk gaat maar liefst terug tot rond de jaren 10 van de vorige eeuw. Ton’s opa ‘Jan’ begon toen als leerling-machinist bij de ‘Staats’ op Feijenoord. Zijn broer Gerard werd rond dezelfde tijd wagenmeester op IJsselmonde. Ook Ton’s vader, die eveneens ‘Jan’ heette, koos in 1942 voor een loopbaan bij de Nederlandsche Spoorwegen; eerst als losarbeider, maar vervolgens al snel als stoker. Tot ver na de ‘ontstoming’ (1956) bleef hij het depot trouw, om in 1966 Feijenoord te verruilen voor de standplaats Rotterdam in verband met de omscholing tot elektrisch machinist. De opa van Ton verloor een oog door kolengruis en werd daarna bankwerker in de werkplaats Feijenoord. De vader van Ton bleef echter machinist tot aan zijn VUT-gerechtigde leeftijd in 1980.

Foto (met dank aan Chris van Langerak): Het naderende einde van het stoomtijdperk betekende voor machinisten de keuze maken tussen diesel- of elektrische tractie. Voor wat betreft het laatste werden de cursussen gegeven in Leidschendam. Op de foto zien we de deelnemers van ET-cursus 14 in het voorjaar van 1952. Van enkele deelnemers wisten we de namen nog te achterhalen: De middelste van de drie gehurkte machinisten is de vader van Chris van Langerak. Links daarboven met wit overhemd en das Otto de G(ouw of Grouw? de 'o' kan ook een 'a' zijn). Staand zien we geheel rechts machinist Mol (naderhand schrijver geworden in Ldv wpl) en daarnaast Jan Kampman.

Zoals zijn vader en opa dat eerder deden, solliciteerde ook Ton Odijk in 1972 bij NS. Via het ‘Witte gebouw’ aan de Wilhelminakade kwam hij als ‘elektroman’ met zijn brommertje uiteindelijk terecht bij het Districtkantoor in Schiedam. Feijenoord had in die tijd weinig belangstelling voor elektrisch geschoold personeel, maar na het doorlopen van de Technische Vakschool Tilburg kon hij wellicht storingsmonteur op Rotterdam CS worden.

Na de aanname bleek al snel dat zijn eerste deel van de opleiding toch op Rotterdam Goederen plaats zou vinden. Als wagenmeester werkte hij onder meer op IJsselmonde en op de Waalhaven. Ook reed Ton mee met de mobiele wagenmeester, die vanuit het depot opereerde. Daarna werd Ton storingsmonteur in Hoek van Holland, om vervolgens in 1978 op het beloofde Rotterdam Centraal terecht te komen. Daar werd hij in 1981 ‘Coördinator herstelpunt’.

In 1969 volgde broer Leo het voorbeeld van de familie. Na de Technische Vakschool in Tilburg werd hij tewerkgesteld hij bij de Sectie Elektrisch Brugonderhoud in Eindhoven (ELBO). Voor grote klussen aan bijvoorbeeld ‘De Hef’ werkte hij echter ook wel in het Rotterdamse. Later kwam hij in dienst bij het NS-opleidingsinstituut.

Alle Spoorse activiteiten misten hun uitstraling binnen de familie niet. Rond 1979 stond ineens neef Hans van Gammeren uit Puttershoek voor de deur. Van vader Odijk wilde hij alles over het beroep van treinmachinist weten. Zo kon het gebeuren dat niet veel later ook Hans als leerling-machinist op depot Feijenoord belandde. Natuurlijk kennen velen Hans nog van zowel Feijenoord als Rotterdam. Als gevolg van een ernstige ziekte heeft Hans helaas veel te kort geleefd. Na zijn overlijden werd hij met een indrukwekkende Rotterdamse korpseer begraven. Zes strak geüniformeerde collegae droegen hem naar zijn laatste rustplaats, daarmee een diepe indruk bij de aanwezige familie achterlatend.

Foto Ben van Wevering: Depot Feijenoord in 1993; de tijd dat Ton Odijk als OR-lid de belangen van het werkplaatspersoneel behartigde. Op ongeveer 100 meter van de in 1965 gebouwde werkplaats lag vroeger de ronde loods.

Kinderherinneringen aan het oude depot Feijenoord heeft Ton Odijk volop. Hij schrijft:

‘Als we bij opa en oma op visite moesten (op de Hilledijk woonden ze) gingen wij eerst altijd vanuit lijn 2 naar de oude ronde loods om opa te begroeten. Pas daarna gingen we door naar oma. Ik mocht natuurlijk wel eens mee met mijn vader als het ‘betaaldag’ was. Uitbetalen gebeurde toen nog cash in een gebouwtje langs de Hilledijk. Een hele rij collegae van pa stonden dan tot buiten op hun centen te wachten. Ook de Sinterklaasfeesten staan mij nog levendig voor de geest met vooraf de goochelaar, gevolgd door de Sint die natuurlijk voor iedereen een cadeautje had. Het moet begin jaren zestig geweest zijn dat mijn vader aan mij vroeg of ik ’s zaterdags zijn dienstkaartje wilde halen voor na het weekend. Met een klasgenootje fietste ik dan vanuit Schiebroek naar de 2e Rosestraat, vurig hopend op misschien wel een ritje met zo een grote diesel! Als er ene Henk als hoofdmachinist dienst deed, was een ritje naar de Kaap vaak wel mogelijk. Wel moest je zorgen dat je op tijd was, want niemand wachtte op je.

Er was een Feijenoordse machinist die vaak zijn hond meenam op de bok. Het was zo’n grote zwarte die de locomotief van zijn baas verdedigde alsof het een fort betrof. Toen wij eens een keer met hem mee mochten, moesten we niet alleen met onze korte beentjes de cabinetrap van de 2200 trotseren, maar ook nog eens het dreigende geblaf vanuit de geopende cabinedeur. Terwijl dat allemaal gebeurde, hadden de overige machinisten in de machinistenkamer natuurlijk de grootste lol!’ Dezelfde hond schreef trouwens later geschiedenis toen zijn baas hem met een machinistenpet op z'n kop achter de rijcontroler had gezet. Wederom zorgde dat voor de nodige hilariteit, ook al was die onder het publiek destijds ver te zoeken...

Na de verzelfstandiging van het concern werd de Gronddienst van NS ondergebracht bij Nedtrain. Ton was daar lid van de Ondernemingsraad in de periode van 1993 tot 1999. Toen er een toegevoegd lid voor de Onderdeelscommissie van het Onderhoudsbedrijf Feijenoord nodig was, liet Ton zijn kans natuurlijk niet voorbij gaan. Toeval bestaat immers niet…

(Met dank aan Ton Odijk, PCL NedTrain Rotterdam)

Ooit leende Frans Gorissen deze foto (loc 1726 op de draaischijf te Fo) van een wachter op 'Post-K' met de bedoeling er een kopie van te maken. De bewuste foto heeft altijd boven op het bedientoestel op het postje gestaan en werd, volgens de wijlen locbankwerker Willem Peperkamp, gemaakt door een praktikant die op Feijenoord stage liep. Het onderschrift vermeldt de namen van de poserende medewerkers. Iedere aanvulling is welkom. Hopelijk is dit niet te lang geleden...

 En in 1978, stilstaande bij het jubileum van Feijenoord / Handelsterrein, komt al gauw de vraag: en hoe nu verder? Vandaag is Feijenoord/Handelsterrein erg nauw verbonden met IJsselmonde en daardoor valt de bijzondere plaats, die het in het verleden had, namelijk 'centraal emplacement op Zuid' wat minder op. Straks, als IJsselmonde is verdwenen (gereduceerd tot een paar doorrijsporen naar Feijenoord / Handelsterrein), krijgt Feijenoord eigenlijk zijn oorspronkelijke plaats terug, namelijk het ‘emplacement op Zuid', met als functies:

 

-  een klantengebied om voor te zorgen

- het wagendepot van het RBP Rotterdam Goederen

-   het locomotievendepot

-   de lijnwerkplaats

-   de wagenreiniging

-   het beheer over de waaier

 

De weg naar de Kijfhoek wordt ongeveer net zo lang als vroeger naar de Waalhaven, alleen zal het spoorverkeer duidelijk minder romantisch zijn! Ook later zal over 1978 geschreven kunnen worden; de spoormannen van toen hebben er duidelijk aan meegewerkt, dat ons bedrijfsonderdeel kon worden wat het nu is! In de verwachting, dat iedereen in dit Zuiderkruis iets zal vinden, waardoor hij met plezier kan denken aan Feijenoord, wens ik ons allen - en vooral de mensen op Feijenoord - een fijn jubileumjaar toe, als start van een goede toekomst!

Rayonchef J(an) van Daatselaar

 

 

Feijenoord, station van een eeuw

Rotterdam was in de vorige eeuw al sinds jaar en dag sterk gebonden aan het waterverkeer voor het vervoer van goederen. Toen er plannen kwamen voor een spoorverbinding met het Zuiden des Lands, stuitte men op grote bezwaren. Vooral de overbrugging van de Maas was een heet hangijzer, omdat men vreesde dat het scheepvaartverkeer gehinderd zou worden. De Rotterdamse Kamer van Koophandel vond een station op Feijenoord nog wel haalbaar, maar meer hoefde niet. Uiteindelijk werd door de Staatsspoorwegen een plan ingediend met het voorstel om daar, waar de grote vaart (meestal zeilschepen) en de binnenvaart elkaar ontmoetten een spoorbrug aan te leggen. In de ontwerp-overeenkomst werd bepaald dat de verbinding een draaibrug zou krijgen in de nog te graven Noorderhaven (thans Koningshaven). Hierbij zou het Noordereiland ontstaan. De gemeente zou die Noorderhaven graven en het Rijk de draaibrug voor zijn rekening nemen. Als tegenprestatie kwam men overeen dat het Rijk een spoorweghaven van voldoende afmetingen en een goederenstation zou aanleggen.

Foto 1 (boven): Op de achtergrond ligt Feijenoord.

Foto 2 (onder): 1874.

Op foto 1 ziet u de bouw van de brug. Op de achtergrond ligt Feijenoord nog als een ongerept landelijk gebied. Reeds in de 16e eeuw had een kennelijk ver vooruitziend gemeentebestuur van Rotterdam al grond op Feijenoord aangekocht. In oktober 1871 werd het ontwerp voor het goederenstation met bijbehorende haven ter goedkeuring ingezonden, en in het voorjaar van 1872 begon men met het bodemonderzoek. Het terrein moest nog even wachten 'wegens het verlangen van de spoorwegmaatschappij om uitbreiding te geven aan het ontwerp Goederenstation Feiienoord'. Dit was de eerste keer dat de naam, die nu al een eeuw in gebruik is, genoemd werd. In de loop der tijden komen ook de benamingen Fyenoord, Fijenoord en nog andere schrijfwijzen voor. Niemand weet echter een juiste verklaring hiervoor. Ondertussen was het werk aan de bruggen op de Rechter Maasoever dusdanig vertraagd dat het nog wel enkele jaren zou duren voordat de verbinding een feit werd. Men besloot een voorlopig eindstation te bouwen bij het Mallegat, ongeveer op de plaats van de huidige dancing met dezelfde naam.

Klik op deze regel voor méér over de Feijenoordse modelbouwwerken van Frans Gorissen

Voor het volgende stukje van het verleden moet u goed het ‘plan der uitbreiding van Rotterdam op Feijenoord’, afbeelding 2 bekijken. Ten zuiden van het station Mallegat werd een dubbelsporige aansluiting gemaakt op de hoofdbaan. De zijtak boog af en liep lijnrecht door tot de mond van de Koningshaven. Vanaf het Mallegat liep de Varkenoordse Kil, een bevaarbaar water dat een verbinding vormde met het stoomgemaal op de plaats waar nu de Beijerlandselaan begint. De gemeente wilde hierover een spoorbrug met een wijdte van 10 meter bouwen. Oostelijk daarvan werd een publieke rijweg aangelegd, bedoeld als verbinding met het station Mallegat, de huidige 2e Rosestraat. De westkant van het emplacement werd gevormd door de Hilledijk. Hiervoor moest deze dijk 120 meter naar het westen worden verlegd, zodat voldoende ruimte ontstond. De oostgrens werd gevormd door de Spoorweghaven. In het voorjaar van 1875 werd begonnen met het ontgraven en uitbaggeren van deze haven.

Foto 3 (boven): Hoe drassig de grond was.

Foto 4 (onder): Een zeilschip op de sleephelling op het Noordereiland...

Op foto 3 ziet u het werk. Let u eens op hoe drassig de grond is. Doordat het oorspronkelijke terrein grasland was met vele sloten en greppels, moest er bijna een meter grond op voordat het gebruikt kon worden. Deze grond kwam vrij bij het uitbaggeren van de Spoorweghaven. Hiervoor werden vijf stoommachines gebruikt, die totaal 448.573 m3 grond verzetten. We blijven nog even bij de Spoorweghaven, want op de volgende foto 4 ziet u de aanleg van de brug over de haven. Op de achtergrond een zeilschip op de sleephelling op het Noordereiland. Straks komen we hier weer terug als de brug klaar is, maar nu wordt het tijd eens wat cijfers te laten zien.

Nadat het terrein opgehoogd was, kon begonnen worden met de aanleg. Het leggen van sporen en wissels, het aanvoeren van ballast enz. werd toegewezen aan G. Dekker te Dordrecht voor de som van Fl. 589.800,- en dezelfde man mocht voor Fl. 365.400,- een ronde locomotievenloods met 14 standen bouwen en een werkplaats met waterberging, benevens een privaat en een lampengebouwtje. Op de foto’s 5 t/m 7 kunt u zien hoe het allemaal geworden is. In de buurt van de locloods moesten ook draaischijven gebouwd worden. Deze draaischijven werden gebruikt om locomotieven te keren, te vergelijken met het huidige 'driehoeken'. Twee van deze draaischijven hadden een middellijn van 13,50 meter, de rest had een middellijn van 4,80 meter.

 

De foto's 5 en 6, waarnaar de tekst van het boekje 'Feijenoord station van een eeuw' verwijst, stammen uit 1877 en werden gemaakt door J.G. Hameter, een 'hof-pfotograaph' uit Dordrecht. De eerst foto toont de straatzijde van de loods, terwijl de tweede foto de 'binnenkant' van de ronde loc-loods laat zien. Jan van de Velde stuurde ons de bovenstaande exemplaren toe en laat weten dat όόk zijn vader ooit een 'Feijenoordse meesters' was. Ongetwijfeld zijn er nog ouderen die deze Jaap van de Velde gekend hebben. Vanaf 1946 diende hij als leerling-machinist op Feijenoord en verbleef daar zeker tien jaar. Tot 1973 was hij werkzaam bij NS. Beweeg de muisaanwijzer naar de foto toe!

 De hieronder afgebeelde prent is eveneens afkomstig van Jan van de Velde. Daarop staat hij ook zelf (links met stropdas) als bijna 7-jarig knulletje afgebeeld. Naast Jan zien we zijn jongere broertje, zijn moeder en weer daarnaast zijn oudere zus. Vermoedelijk werd deze foto genomen ter gelegenheid van een door het Spoor georganiseerde wandeldag. De gezinsleden mochten in het kader daarvan samen met deze Feijenoordse rangeerlocomotief op de foto. Jammer genoeg kent de inzender niemand van de mensen die naast het gezin Van de Velde poseren. De 'oud Feijenoorder' Cor Knops helpt ons gelukkig een stukje op weg met de mededeling dat de man achteraan (links van de man met het witte overhemd en de snor) mogelijk Louis Bosman is. Hopelijk vullen andere lezers deze informatie aan...

 

Toegevoegde afbeeldingen (Frans Gorissen): Ter oriëntatie een deel van de tekening van de situatie uit 1943. Het modelletje van het bouwkeetachtige grijze gebouwtje (rechts), heeft oorspronkelijk bij de wagenwerklplaats gestaan (naast het schaftlokaal) en staat aangeduid als bergplaats. Voordien was deze 'bergplaats' ook nog als woning in gebruik... Klik voor een vergroting in Pdf-formaat op de tekening (links) hierboven.


Op foto 8 ziet u een gedeelte van zo’n grote draaischijf, hier gebruikt om locomotieven op een bepaalde plaats in de loods neer te zetten. Op 31 december 1876 was er al heel wat gereed. Door de aannemer werd een houten wachtpost (post K) geplaatst bij de publieke overweg, en wel voor het enorme bedrag van Fl. 249,925. Deze houten wachtpost ziet u afgebeeld op tekening 9. Let eens op de sierlijke bouw, kompleet met bordesje. De veel later genomen foto 10 toont de sloop van de voetgangersbrug over de latere post K. Een jaar later, we schrijven dan december 1877, werden de locomotievenloods en de waterverzorging definitief opgeleverd. Trager ging het met het leggen van sporen en wissels, want in die maand was pas 2/3 van het werk gereed. In heel Europa vond een enorme spoorweguitbreiding plaats, zodat de fabrieken niet meer aan de vraag konden voldoen. De reeds eerder genoemde G. Dekker kreeg ook opdracht om de overige gebouwen en loodsen op het goederenstation te bouwen voor de som van Fl. 407.770,-. Voor huidige begrippen is dit een belachelijk laag bedrag, maar bij het bekijken van wat lonen en prijzen uit die tijd was het toch wel redelijk.

Foto 7 (links).

Foto 8 (rechts): Zo'n grote draaischijf.

Links (foto 9): Kompleet met bordesje.

Rechts ( foto 10): Sloop voetgangersbrug. Let u ook eens op de melkboer rechts...

Afbeelding onder (tekening 11): Voorgevel 'huis chef'.

Ondertussen was wel gebleken dat de bouw van de locomotievenloods niet zo degelijk was geweest, want nu al moesten de dakramen hersteld worden. Dit was ook het geval met de waterleiding in de woning van de chef, in de wandeling 'huis chef' genoemd. We zijn er nu toch, dus kunnen wel gelijk een tekening (11) van dit huis laten zien. Dit huis was jarenlang een begrip op Feijenoord, en wie kende niet de benaming 'rechte lijn chef' voor spoor 3?

Eindelijk was het dan zover: op 2 december 1878 werd het GOEDERENSTATION FElJENOORD zonder veel uiterlijkvertoon voor de dienst geopend. Gaat u mee een kijkje nemen op Feijenoord? Hierbij moeten we wel in het oog houden dat deze wandeling niet 'tijdgebonden' is, want sommige gebouwen die we tegenkomen werden of eerder of later gebouwd. Eerst dan een overzicht van Feijenoord in zijn glorietijd, foto 12, vol met beladen wagens. De loods links is loods D, en hiervan hebben we ook nog een foto (13) van de binnenkant ontdekt.

Foto 12 (links): Feijenoord (Handelsterrein) in zijn glorietijd...

Foto 13 (rechts): Interieur loods D.

Elektrisch licht was er al, zoals u ziet. Elektrisch was ook de kolentip, foto 14, getuige het onderschrift; voor die tijd een wonder van techniek. Deze kolentip werd in 1880 in gebruik genomen door de SS, de beheervoerende spoorwegmaatschappij op Feijenoord. Twee jaar later al moesten de sporen bij de kolentip worden uitgebreid omdat het vervoer sterk was toegenomen.

Foto 14 (Links): De elektrische kolentip te Feijenoord.

Foto 15 (Rechts): Waarna het kopschot werd geopend...

Op foto 15 van de kolentip is te zien hoe het storten in zijn werk ging. De wagen met draaibaar kopschot werd naar boven getransporteerd, waarna het kopschot werd geopend. Via een trechter werd de wagen dan rechtstreeks in het schip gelost.

Uit die begintijd van Feiienoord hebben we ook nog wat ongelukken kunnen opdiepen: op 9 januari 1881 raakte trein 481 te Feijenoord door verzuim van een wisselwachter op een verkeerd spoor, waardoor de locomotief in de kuip van de draaischijf reed. Het materieel werd licht beschadigd. (Over persoonlijke schade wordt niet gesproken). Een typisch stapongeval uit die tijd deed zich voor op 24 juni 1881: op die datum ‘kwam een wisselwachter, die zich op één der treden van de wagen had geplaatst, door zijn eigen onvoorzichtigheid bij het afspringen in aanraking met dien wagen en werd ernstig gekwetst'. Op 8 augustus van datzelfde jaar kwam een locomotief in botsing met lege wagens, waardoor een wagen ontspoorde en twee wagens zwaar werden beschadigd. De stoker en de wisselwachter, die onder invloed van sterke drank waren, werden uit de dienst der Maatschappij ontslagen. We hebben u al gewaarschuwd dat het geen chronologisch opgebouwde wandeling zou worden. Dat is al te zien aan foto 16. Het is de voormalige wasgelegenheid op Feijenoord bij de S.0.V.-kantine, gebouwd na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel niet op de foto waren er ook douches. De spoorwegrecherche moest er toen nog wel eens aan te pas komen om bewoonsters van de Afrikaanderwiik te verwijderen, die stiekem een douche kwamen nemen.

Foto 16: Wasgelegenheid...

Artikel uit 'Nieuw Spoor', juni 1948, nummer 6. De tekst spreekt voor zich! (Met bijzondere dank aan Frans Gorissen!)

De S.0.V.-kantine ziet u op foto 17, kort na de opening. Deze S.0.V.-kantine stond ongeveer op de plaats van de huidige Metroremise; voor de bouw van deze remise moest ook de ronde locloods uit het begin van dit verhaal worden afgebroken. Een gebouw dat voor afbraak behoed bleef, was het Witte Gebouw aan de Wilhelminakade, hoek Parallelweg. Het was tijdens die Metrobouw trouwens toch wel vaak op het kantje af. De toenmalige hoofdstationschef bekeek argwanend hoe er damwanden voor de Metrobuis in de grond werden geslagen, en dat was geen wonder omdat hij in alle vroegte al werd gewekt door het gedender van de heimachines. Zijn slaapkamer bevond zich namelijk vlak bij de damwand, en elke dag bekeek hij opnieuw of de muren wellicht scheuren vertoonden. Op foto 18 ziet u het Witte Gebouw met de woning van de chef eraan vastgebouwd.

Foto 17 (links): De S.O.V.-kantine.

Foto 18 (rechts): Het Witte Gebouw, met rechts de woning van de chef.

Van dit gebouw is zowaar ook nog een foto (19) uit 1927, het jaar waarin het in gebruik werd genomen. Het is ontworpen door ir. S. van Ravesteyn, en het bijzondere is dat de bovenkant en de onderzijde enorme betonnen platen zijn, waartussen de rest als het ware is geklemd. Het deed 48 jaar dienst voor NS en werd na het in gebruik nemen van het huidige rayonkantoor verhuurd aan derden. De tekening onder foto 19 laat nog eens zien hoe de indeling was.

Foto's links en rechts (19) : Interieur en indeling van het Witte Gebouw, waarvan verrassend genoeg ook een officiële bouwplaat blijkt te bestaan. De Rotterdamse machinist Eric Wierckx ontdekte bij toeval een dergelijk exemplaar en wist via een speurtocht op Internet zelfs de uitgever (Rotterdamse Kunststichting, 1982) te achterhalen. Deze bracht zijn koopwaar onder de noemer 'Goederenkantoor Feijenoord N.S. Rotterdam, 1926 - 1927 S. van Ravesteyn (bouwplaat / Architectuurmodellen nr. 2)' onder de aandacht.

Klik hier om de locatie van het 'Witte gebouw' te kennen...

(met dank aan Frans Gorissen voor het beschikbaar stellen van deze tekening)

Of klik hier voor de luchtfoto...

(Met dank aan Wilfred Wieldraaijer)

Foto (collectie Ton Odijk): Om uit deze foto wijs te kunnen worden moet je òf een gepensioneerd spoorman zijn, òf toevallig een kind daarvan. Voor dit Sinterklaasfeest, dat in de kantine van de ronde loods op Feijenoord gehouden werd, moeten we namelijk terug naar 1959. Het jochie met de wijsvinger in zijn mond (zie de rode pijl in de kantlijn) is een zoon van de Feijenoordse machinist Jan Odijk (in de rode circel). Deze Lejo Odijk zou later bij Brugonderhoud terecht komen. Links van Lejo zit de dan 5-jarige Ton Odijk, die inmiddels ook alweer een goede vijftiger is en in 2009 nog altijd bij NedTrain in Rotterdam werkt...

We springen weer een flink eind terug in de tijd, maar we blijven wel in dezelfde omgeving. De tijd van de ‘landverhuizers' was aangebroken. Velen stapten op de boot om in de Nieuwe Wereld een nieuw bestaan op te bouwen. Alles wat maar waarde had werd verkocht en zo stapten de emigranten met vaak alleen maar een karbies met het hoognodige erin aan boord. In 1882 werd een spoorverbinding gemaakt met de loodsen van de Noord-Amerikaanse Stoomvaart Maatschappij aan de Wilhelminakade; de voorloper van de H.A.L. Op foto 20 ziet u de aankomst van zo'n trein met emigranten. Hoe romantisch zo'n plaatje ook aandoet, met een gaslantaarn en een trein die ongetwijfeld door een stoomlok werd getrokken, vaak was het bittere armoe die de mensen ertoe bracht om hun geluk elders te beproeven. Een terugweg was er meestal niet.

Foto 20 (links): Landverhuizers...

Foto 21 (rechts): d' Eersteling aan de Rijnhaven...

Nog zo’n plaatje, foto 21, uit ‘die goeie ouwe tijd’: pand d’ Eersteling aan de Rijnhaven, ook een klant die vanaf Feijenoord werd bediend. Na het bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog werd op dezelfde plaats een nieuw pand gebouwd.

Vlakbij diezelfde Rijnhaven kwam ook de bananenboot, foto 22, aan. Oudere Feijenoorders kennen ongetwijfeld dit vervoer nog, waarbij met de hand de bananen gelost, en in de wagons overgeladen werden.

Foto 22 (boven) : Zo uit het schip in de wagen...

Foto onder: Deze prachtige luchtfoto werd gemaakt in het begin van de jaren '50 en is afkomstig uit het archief van de 'Katendrechtse Bewonersorganisatie'. Dat de trein ook toen al door de wijk reed, behoeft geen nadere toelichting. Maar dat er in deze jaren vanuit Feijenoord ook met een Locomotor bediend werd wel! Kijk maar eens naar de beweging die ter hoogte van de toenmalige 'CO-OP' plaats vindt. Later zou zich op deze locatie de firma Codrico vestigen.

Tot aan het eind van de jaren 60 legde er bij Muller Thomsen in de Maashaven iedere maand een boot met bananen aan. Voor de behandeling van deze zogenaamde 'bananenboot' werden altijd 3 rangeerlocs, en evenzoveel rangeerploegen gesteld. Daarbij had eenieder zijn eigen taak. De eerste ploeg bracht de lege wagens van Feijenoord naar de kade. De tweede bracht de beladen wagens terug de derde ploeg, de weegploeg, woog tenslotte alle beladen wagens. Dat wegen gebeurde op de weegbrug van '109', zo werd dat bundeltje sporen genoemd. In de avond brachten we het bananenkonvooi naar IJsselmonde.

Deze foto's (uit de archieven van de Katendrechtse Bewonersorganisatie) geven de sfeer weer zoals die in de jaren '60 heerste op de Rotterdamse kades. Het spoor was in deze tijd bijna nergens weg te denken en werken deed je in een 'door-de-weeks werkpak' en een stofjas. In beeld is trouwens het havenbedrijf Thomsen. De derde foto verdient enige toelichting, want het zou hier gaan om de eerste, laten we zeggen, 'containerkraan voor landoverslag' van Thomsen. Waarschijnlijk stamt deze opname uit 1967.

Daar vonden ze dan in verschillende treinen hun weg naar allerlei bestemmingen in Europa. Het bananenvervoer verhuisde op een zeker moment naar de Waalhaven, maar kreeg daar nooit meer zo'n omvang als in de Maashaven het geval was...

(Willem Westdijk)

Een plaats waar Feijenoorders vroeger ook geregeld kwamen, was de veiling in Berkel. Oudere machinisten van het depot konden boeiend vertellen over de tijd dat de Hofpleinlijn nog van groot economisch belang was en dat de bediening daar plaatsvond met stoomtractie. Deze spooraansluiting is natuurlijk, net als het opgestelde sloopmaterieel, al lange tijd verdwenen. Foto's afkomstig uit het archief van het Rotterdamsch Trammuseum (fotograaf PP)

Na dit zijsprongetje naar het havengebeuren gaan we terug naar de Spoorweghaven. Over deze Spoorweghaven lag namelijk een eigenaardig geval, een draaibrug (foto 23) die in de volksmond de naam ‘Koffiemolen’ had gekregen. In het begin hebben we u beloofd terug te komen op deze plaats als de brug klaar was. Welnu, dit is hem dan…

Foto 23; De 'Koffiemolen'...

We gaan de brug over, maar pas wel op. Lees eerst het reglement, nog met de hand geschreven, en bekijk of u wel een loc nr. 401 of 402 bij de hand heeft. Mocht u niet weten hoe zo'n loc eruit zag, dan dient foto 24 hieronder als geheugensteuntje.

Aan de andere zijde van de brug vinden we het Handelsterrein en uiteraard ook de stoomtram. Wagons voor de Zuidhollandse Eilanden bestemd, werden hier overgeladen in de kleinere wagons van de R.T.M. en verder vervoerd. Op foto 25 komt zo’n stoomtrammetje (ook wel moordenaar genaamd) aan in de Rosestraat. De volgende Foto (26) laat u het station in de Rosestraat zien. Links staan wagons van de SS naast die van de R.T.M.

Foto 25 (links): de 'moordenaar'...

Foto 26 (rechts): Het R.T.M.-station...

We zijn haast aan het einde van onze wandeling, maar op de valreep nog even een paar foto's van het Handelsterrein. Eerst ziet u de Binnenhaven met de Entrepothaven (foto27). Op foto 28 is een loods te zien op het Handelsterrein. We passeren post 55 in de Rosestraat, foto 29, waarbij we een vluchtige blik werpen op het ‘Handelsterrein buiten’. Vervolgens komen we dan via de ijzer- en staalhandel van Oving, foto 30, weer bij ons vertrekpunt. Wij zijn ervan overtuigd dat het slechts een globaal overzicht was dat wij u te bieden hadden. Wij moesten een keuze doen uit een grote hoeveelheid materiaal, met veel liefde en toewijding bijeengezocht door Ger en Fien Severein, die de moed hadden in de historie te duiken. Het is vooral hun werk geweest waardoor u nu een blik in het verleden kon werpen bij de herdenking van 100 jaar Feijenoord.

Ger Severein was jarenlang goederendienstleider op Feijenoord. Maanden was hij bezig met zijn aandeel in het jubileumboekje van het Zuiderkruis, dat voor een deel door hem geschreven werd. Zijn zoon Bart was destijds 10 jaar oud en schrijft dat hij zich nog goed kan herinneren hoe zijn vader, op zoek naar relevante informatie, dagenlang in het Rotterdamse Gemeentearchief vertoefde. Bart meldt verder: 'Overigens kan ik mij ook nog goed de ruimte zelf herinneren, want soms mocht ik mee. Ze lieten me dan stiekem een eindje meerijden. Ook had pa een sloopwagon waarin hij zijn oud papier opsloeg...'

http://www.severein.nl

Foto 27: Links de Entrepothaven, waar schepen onder douanetoezicht werden geplaatst. Let op de mogelijkheid om de havenmond af te sluiten.

Tijdens elke reünie of afscheidsreceptie is het maandelijks overbrengen van de welbekende geldkist van het 'Witte gebouw' naar de 'opzichter Fo' wel weer even onderwerp van gesprek. Salarissen werden vroeger contant op de werkplek uitbetaald en voor de werknemers van de afdeling 'Vervoer' werd de geldkist speciaal op de treeplank van een Locomotor naar de juiste plaats gebracht. Overigens gebeurde dat éénmaal per maand in de nacht van de 14de op de 15de. Het was de laatste klus op het werkbriefje van de Locomotorbestuurder op Fo (dienst LMT 'C', waarbij de 'C' voor nachtdienst stond...)

(Met dank aan Willem Westdijk en Max Pannebakker)

*****

Foto 28: Deze opname betreft de Rosespoorstraat; een verbindingsweg tussen de 1e Rosestraat en de Oranjeboomstraat. In de Oranjeboomstraat reed de RET met verschillende tramlijnen naar het centrum. De foto is dus gemaakt vanaf de 1e Rosestraat richting Oranjeboomstraat. Links staat de 'Wachtpost-55', waar de overwegbomen altijd meer naar beneden-, dan open waren. Je kon er, zoals ik vroeger vaak meemaakte, dan ook heel erg lang vóór staan. Achteraf een mooie herinnering trouwens. (Commentaar: Rob van der Rest)

Foto links boven (J.G.C. van de Meene): Als toevoeging op dit artikel deze foto uit 1964... Een Mat'40 rijdt ter hoogte van 'Post-55', waar destijds het raccordement (vanaf het Handelsterrein) naar de Oranjeboom en de Boterfabriek de hoofdbaan kruiste. Behalve 'Post-55' bestond daar in de buurt ook nog een 'Post-L'. Vanuit die post bediende men een tweetal armseinen.

Foto rechts boven: Nog eens dezelfde plek, maar dan gezien vanuit de richting van de Koningshavenbrug... (http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/spoorwegen.htm)

De hoeveelheid sporen in dit gebied was vroeger zeer talrijk te noemen. Achter het Feyenoordstadion staan tegenwoordig flats langs de waterkant, maar ooit wemelde het daar van de metaalbedrijven en de scheepswerven. Uiteraard hadden die allemaal een spooraansluiting. Dat gold ook voor de aan die kant gelegen Boterfabriek, de Melkfabriek en de Oranjeboombrouwerijen. Om vanaf het Handelsterrein bij die bedienpunten terecht te komen, was het nodig om de hoofdsporen ter hoogte van 'Post-55' te kruisen. Rangeerders die naar de boterfabriek en de brouwerij moesten, deden dat graag. Ze hielden er namelijk altijd een flesje bier aan over, zeiden ze... Of het altijd bij een enkel flesje bleef viel trouwens te betwijfelen, want de staat waarin de ploeg terugkwam was voor een enkel biertje soms wel erg opgetogen!

De twee opnames hierboven dateren van 1936. Ze komen uit het indrukwekkende archief van de ‘Stichting Ons Rotterdam’ en laten ons de sporen zien die vanaf de Oranjeboomstraat langs het Mallegat naar de scheepswerf van P.Smit Jr. liepen. Station Rotterdam-zuid springt direct in het oog; rechts van de tramsporen en het verderop gelegen stadion van de voetbalclub Feyenoord. Ook de oprit naar de Varkenoordsebrug is duidelijk herkenbaar. Links dáárvan ligt de Kreekweg met de straatsporen van NS. De foto onder is genomen vanaf de Kreekweg naar de Oranjeboomstraat toe. Personeel van de werf staat bovenaan de Varkenoordsebrug te wachten op het openbaar vervoer naar huis. Kijken we rechts, dan ontdekken we nog een deel van de vroegere gasfabriek op Feijenoord. Links in de verte lag dus de oude halte ‘Zuid’. Wie er oog voor heeft, ontdekt beslist ook het handwissel waarover linksaf de, met Rotterdamse 'kinderkoppies' geplaveide, staat overgestoken kon worden in de richting van de daar gelegen Kistenfabriek.

Foto onder (Ben van Wevering): Ruim een halve eeuw later, om precies te zijn op 03-09-1989, lag het perron van de halte Rotterdam zuid er zó bij. Verderop ligt eenzaam 'Post 55' langs een baan zonder sporen. Tegenwoordig ligt op ongeveer die plek het huidige station.

(Met dank aan John Sletterink, Rob van der Rest, Ben van Wevering en de Stichting Ons Rotterdam)

*****

Foto 29 (links) en 30 (rechts)

Bovenstaand drieluik met dank aan Rein Wolters

Enige jaren na de oorlog werden er in de zomervakantieperiode speciale treinen voor zogenaamde ‘bleekneusjes’ ingelegd. Vanaf station Rotterdam-zuid reden ze in de ochtend naar Hoek van Holland, om aan het einde der middag weer terug te keren. Rob van der Rest behoorde destijds zelf ook tot de generatie ‘bleekneusjes’ en weet zich nog te herinneren dat er aan het einde van de Groene Hilledijk werd verzameld. Ieder kind kreeg aan een koord een kaartje met groepsnummer om z’n nek gehangen. Achter iemand met een omhooggestoken nummerbordje aan, ging de stoet vervolgens naar de halte Rotterdam-zuid. Daar werden de namen van alle kinderen nogmaals gecontroleerd en genoteerd voordat zij in de rijtuigen achter de Feijenoordse stoomloc stapten; op weg voor een dag aan zee.



Van zo'n terugrit in de middag moet deze foto zijn. Hij is gemaakt op de Hoekse Lijn. Als trekpaard fungeert een goederenloc van de serie 5000 die op Feijenoord in depot was. De foto is misschien niet geweldig van kwaliteit, maar het vervoer en het stuk geschiedenis wel. Ook al omdat de rit destijds langs het huisje op de onderstaande foto
(www.maps.google.nl) voerde. Dit huisje maakte vroeger deel uit van Station
Poortershaven, dat tussen het huidige Maassluis-west en Hoek van Holland lag; niet al te ver voorbij de huidige Aki aan de Schenkeldijk.

 

Bij het havenbedrijf van Jos de Poorter werd vroeger voornamelijk erts en kolen overslagen. Het was gelegen aan het uiteinde van de huidige Schenkeldijk, nabij het in de voormalige bunker gevestigde koel/vrieshuis aan Nieuwe Waterweg. Beweeg de muisaanwijzer naar de linker foto om een beeld te krijgen van de situatie rond 1925. (Foto met dank aan Cor Timmers)

De opa van Cor Timmers bewoonde het witte huisje vanaf 1899. Dat was namelijk het jaar waarin hij van Hillegom naar Poortershaven verhuisde om bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij in dienst te treden. Het klinkt nu wat onwaarschijnlijk, maar vroeger was het hier een drukte van belang door de aanwezigheid van een havenbedrijf. Deze naar Jos de Poorter genoemde onderneming bestaat natuurlijk al lang niet meer en de weinige activiteiten in de directe omgeving beperken zich nu tot een bunker die als koelhuis in gebruik is.

De laatste bewoner van de witte houten woning was de oud-spoorman Arie Pons. Sinds zijn overlijden is het huis niet meer bewoond geweest. Met dichtgetimmerde deuren en kozijnen wachtte het op de sloper, die uiteindelijk in het voorjaar van 2009 korte metten maakte met dit stukje historie.

___________________________________________________________________________________________________________

Colofon

 

 Samenstelling oorspronkelijke uitgave: Redaktie Zuiderkruis 

Vormgeving: Staforgaan Reclame & Design (vormgeving is aangepast voor deze website!)

Druk: Onkenhout, Hilversum

Fotoverantwoording: Gem. Archief Rotterdam 1, 2, 3, 4, 5, 6,10, 15, 20, 21, 25, 26, 27, 28, 29 en 30

NS – Archiefdienst 9, 11, 13, 16, 17, 18 en 19

Collectie Severein 12, 14, 22, 23 en 24

Stoomstichting Nederland 7

Collectie Derens 8


Rotterdam Feijenoord, 2 december 1978

_____________________________________________________________________

In een voortdurend veranderende omgeving en onder wisselende omstandigheden hield het depot uiteindelijk 118 jaar stand. In de laatste jaren kwam het voortbestaan wel steeds meer onder druk te staan. Niet alleen woning- en wegenbouw, maar ook 'milieuconflicten' en  werkzaamheden in het kader van het Deltaplan maakten tenslotte dat de ooit zo solide basis van Rotterdam Goederen gedoemd was om te verdwijnen. Het hele gebied had dan ook een complete metamorfose doorgemaakt.

Om een tweede watersnoodramp (zoals die in 1953) te voorkomen, werden overal op Rotterdam-zuid de dijken aangepast en op Deltahoogte gebracht. Dwars door één van de extra dijken liepen de aankomst- en de vertreksporen van Feijenoord. Het bij extreem hoog water met zandzakken afdichten van deze opening in de dijk, was natuurlijk geen doen. Men had daarop verzonnen om in de voorkomende gevallen houten binten te plaatsen. Deze binten werden direct naast de dijk opgeslagen in een open huisje dat links op de bovenstaande foto is te zien. Op 04-04-1991 werd in een officiële ceremonie nog eens aan de pers getoond hoe zoiets eruit zag. Zelfs de oude inrijder was voor de gelegenheid nog een keer ter verfraaiing neergezet. Op de achtergrond staat trouwens al de nieuwbouw, waarin aanvankelijk de nieuwe 'ongevallenbestrijdingsorganisatie' gehuisvest was en later de firma Shunter. (Tekst en foto boven: Rob van der Rest)

Foto onder (met dank aan Peter Bakx): Deze luchtfoto laat zien dat de omgeving van Feijenoord onherkenbaar is veranderd. Woningbouw zal ook hier de resterende sporen laten verdwijnen, evenals de uit 1966 stammende werkplaats, die bij de bouw het predicaat 'tijdelijk te zijn' meekreeg...